|
Aristoteles zag het schrift als een vervanging van het geheugen. Hij dacht ook dat de mens door de komst van het schrift dommer zou worden, omdat de hersens minder gebruikt zouden worden. Dit is erg begrijpelijk; ik herinner mij dat vanaf het moment dat een rekenmachine werd toegestaan op school, mijn rekenkunde drastisch achteruit ging. Maar waar Aristoteles geen rekening mee hield is dat de hersencapaciteit die vroeger voor het geheugen werd gebruik nu voor iets anders gebruikt kan worden. Het is dus niet zo zeer een vervanging van het geheugen, maar meer een ‘ verlenging’ van het geheugen. (Vandaar dat wij nu nog steeds bekent zijn met de leer van Aristoteles.) Op deze manier zijn wij steeds meer menselijke activiteiten gaan uitbesteden. Zo zijn we, zoals Licklider het zegt, “machanically extended man” geworden. Zo is er bijna niemand meer die een moeilijke rekenopgave zonder hulp van een computer oplost. Juist door dit uitbesteden is de mens in staat om vooruit te gaan. Het is niet voor niets dat de apen uit 2001; a space odyssey evolueren in de mens na de uitvinding van een slaghout; de verlenging van de arm. Als de evolutie in dit tempo doorgaat is het uiteindelijke doel een cyborg; half machine, half mens. Een symbiose tussen mens en machine, zoals Licklider het zegt. Er zijn twee tendensen die deze ontwikkeling zichtbaar maken. De eerste is ‘steeds meer mens in machine’. Machines krijgen steeds meer menselijke eigenschappen, zoals emoties. (ook al zijn deze gesimuleerd) En het Internet bevat steeds meer persoonlijke informatie dan zakelijke informatie. De tweede is ‘steeds meer machine in de mens’. Protheses, zoals de pacemaker, zijn hier het voorbeeld van. Maar de complete cyborg is nog lang niet het geval. Want mens en machine kunnen nog niet zonder problemen met elkaar communiceren. Zo is de informatie die voor een mens handelbaar is (bijvoorbeeld woorden en beelden) niet hetzelfde als die van een computer (enen en nullen). Hier hebben ze een interface voor nodig. Een interface zet informatie van het en systeem om in begrijpelijke en herkenbare informatie van een ander systeem. De keuze van het woord ‘systeem’ laat al zien dat interface niet alleen geldt voor mens-computer communicatie. Zo is er ook een interface nodig voor communicatie tussen twee computeronderdelen. Maar ook soms tussen twee mensen. Mensen die niet dezelfde taal spreken maken bijvoorbeeld gebruik van een tolk. Interfaces verbinden dus twee systemen, maar legen ook veel beperkingen op aan deze communicatie. Daarnaast heb je voor bijna elke handeling een ander interface nodig. Kijk maar naar hoe vol een gereedschapskist zit. Het woord interface geeft dus eigenlijk aan dat er een ongelijkheid tusen twee systemen bestaat. Voor het ontstaan van een Cyborg zouden interfaces dus eigenlijk uit de weg geholpen moeten worden, en machines dezelfde taal moeten spreken als mensen. Dit zou nog veel tijd in beslag nemen, maar we zijn al iets op weg. Kijk maar naar het volgende voorbeeld; als ik in een auto rijdt en ik moet uitwijken voor overstekend wild zal ik de auto er met een bocht om heen rijden, zonder te denken dat ik de positie van het stuur moet veranderen, of mij voet van het pedaal moet halen; ik ben de auto. |